Description
Haar gedachten zweven naar haar vader, naar vissen en roeien, naar het blauwe schilderij. Roeiers zitten met hun rug naar het doel, bedenkt ze, anders dan kanovaarders zien ze niet waar ze naartoe moeten. Of hij dat niet bedreigend vindt, heeft ze Joos ooit eens gevraagd. Waarop hij antwoordde dat hij zo niet denkt. ‘Wij willen gewoon ritmisch en harmonisch roeien, de punt van die boot zo snel en efficiënt mogelijk over de finish krijgen. Niks zo mooi als te voelen dat de boot loopt. Je moet natuurlijk wel op koers blijven. Maar waar je vandaan roeit is niet zo interessant en waar je naartoe gaat eigenlijk ook niet.’
In DUIVEN KOMEN ALTIJD TERUG schrijft Ingrid Vanderkrieken over het verlangen van de mens een eigen plek te vinden, ergens bij te horen en toch zijn eigenheid te bewaren.
Hoeveel afstand of nabijheid is daarvoor nodig?
Of sluit het ene het andere uit?












Michel en Ria –
Beste Ingrid,
Toen ik je boek opensloeg, had ik eigenlijk niet veel tijd. Toch even het voorwoord lezen en toen nog een stukje en nog, en nog. Dat werden meteen meer dan 100 pagina’s. De voormiddag nadien… helemaal gelezen. Je schrijft niet alleen Ingrid maar je schildert met woorden het hele gebeuren. Voor mij een bestseller. Proficiat en laat de pen zijn gang maar gaan. Wij zijn supporters! Michel en Ria
Bea –
Een boek dat me van begin tot eind heeft weten te boeien. De herkenbare thema’s, de nuchtere, vlot leesbare stijl én de sterke karakters maken het een onvergetelijk verhaal met een diepe emotionele laag. Het deed me nadenken over mijn eigen leven en dat van mijn familie. Een aanrader!